test
Praktische info
Historiek
Organigram
Jaarverslag
Erkenning -
Doelgroep
Werking
Contact
Interessante links
|
test
Werking
- Ter inleiding
- Op maat gesneden
hulpverleningsaanbod
- Integraal karakter van de
begeleiding
- Eén vaste begeleider
- Intensief karakter van de
begeleiding
- Inspraak en participatie
- Gezin als systeem
- Het begeleidingsproces loopt
gefaseerd en gestructureerd.
1. Ter
inleiding
| Via een begeleiding aan huis proberen we
verandering te brengen in de problematische
opvoedingssituatie en elk gezinslid voldoende
ontplooiingskansen binnen het eigen milieu te
bieden We streven ernaar de positieve krachten
binnen het gezin uit te breiden en de
probleemterreinen samen met het gezin te kaderen.
Door het vergroten van een aantal inzichten en
het aanleren van een aantal vaardigheden beogen
we dat het samenleven voor alle gezinsleden
constructiever verloopt en het gezin opnieuw in
staat is om zelfstandig problemen aan te pakken. |
 |

2. Op maat
gesneden hulpverleningsaanbod
Het hulpverleningsaanbod is op maat gesneden
van elk specifiek gezin. Afhankelijk van de verwachting
van het gezin, het hulpverleningsprogramma van de
verwijzende instantie, en de beoordeling van de
begeleider wordt het concrete aanbod ingevuld.

3. Integraal karakter van de
begeleiding
 |
De begeleiding kent een integraal
karakter. Alle aspecten van het gezinsleven die
belangrijk zijn voor het begrijpen van de
problemen of voor het bewerkstelligen van
verandering, komen aan bod.Naast
opvoedingsondersteuning, wat het centrale thema
is van deze hulpverleningsvorm, kunnen ook
moeilijkheden op andere domeinen aan bod komen.
We denken hierbij aan problemen op vlak van
huisvesting, administratie, werkgelegenheid,
geldbeheer, enz.. |
. 
4. Eén vaste begeleider
Het gezin wordt begeleid door één vaste
begeleider die vanuit een niet-veroordelende en
respectvolle houding zoekt naar positieve
aangrijpingspunten. Een vertrouwensrelatie vormt het
begin van een goede samenwerking.

5. Intensief karakter van de
begeleiding
De begeleiding kent een intensief karakter
en gebeurt in het eigen milieu van het
gezin. De vaste begeleider gaat minstens éénmaal per
week aan huis en kan de contacten opschroeven in functie
van noodzaak.

6. Inspraak en participatie
| Inspraak en participatie van
alle gezinsleden in het begeleidingsproces
plaatsen we centraal. Iedereen mag zijn verhaal
doen. In het samen zoeken naar oplossingen wordt
zoveel mogelijk rekening gehouden met ieders
eigenheid, ieders verwachtingen en mogelijkheden.
Ook bij gezinnen waar de bereidheid tot handelen
minimaal is, blijft de begeleider hen aanklampen
en stimuleren tot reflectie en actie. |
 |

7. Gezin als systeem
De focus van de thuisbegeleiding is het gezin als
geheel. Dit impliceert dat we ons in eerste instantie
richten op het gezin als een systeem van
interpersoonlijke relaties met een eigen organisatie en
dynamiek. Daarnaast is er ook aandacht voor de ruimere
context van het gezin (familie, school,
betekenisvolle derden,...) Meestal wordt het gezin reeds
geholpen door andere hulpverleners en is overleg
en samenwerking met andere diensten noodzakelijk.
Harmonie neemt hierbij de coördinerende rol op zich.

8. Het begeleidingsproces loopt
gefaseerd en gestructureerd.
We onderscheiden volgende fases:
- aanmelding
- verkenningsfase
- een intensieve begeleidingsfase
- een afbouwfase.
Het gestructureerd karakter van de begeleiding wordt
bepaald door de verslaggeving die op vaste tijdstippen
gemaakt moet worden. Na zes weken thuisbegeleiding wordt
het handelingsplan opgesteld door de begeleider en
besproken met het gezin.
 |
Hun opmerkingen en aanvullingen worden
schriftelijk vastgelegd in het verslag dat dan
naar de plaatsende instantie doorgestuurd wordt.
Het handelingsplan bevat concrete werkpunten en
strategieën voor de volgende begeleidingsperiode.
Dit handelingsplan wordt zesmaandelijks
geëvalueerd en zonodig bijgestuurd, steeds in
samenspraak met het gezin en de consulent. Dit
proces van evaluatie en bijsturing wordt afgerond
op het ogenblik dat de drie betrokken partijen, m.n.
het gezin, de begeleider en de plaatsende
instantie van oordeel zijn dat de concrete
werkpunten uit het handelingsplan verwezenlijkt
zijn. |

|