Welkom op de website van de
|
||||||
Homepagina - VOT |
||||||
DIVAM |
||||||
Begeleidings- |
Dagcentrum |
Thuisbegelei- |
Alternatieve |
Residentiële voorziening |
||
test Sociale Vaardigheidstraining |
test 1. Definitie
Een dergelijke maatregel is (ortho)pedagogisch van aard en gericht op een verhoging van het eigen inzicht en het gericht verhogen van de sociale competentie van de jongere. Het doel is hier om verdere escalatie van de problematiek en/of recidive te voorkomen. Een centraal element in de sociale vaardigheidstraining is het concept "empowerment". Via dit concept sluiten we aan (en versterken we) de (potentiële) krachten in de jongere en zijn omgeving. De nadruk ligt dus met andere woorden op een positieve benadering en een ervaringsgerichte aanpak. Een sociale vaardigheidstraining houdt in dat een jongere die een als misdrijf omschreven feit gepleegd heeft en die minimum 12 jaar is, een training van 20 uren volgt. In deze training worden vaardigheden aangeleerd, zodat de jongere in de toekomst op een andere manier kan reageren in moeilijke situaties. Welke vaardigheden getraind worden, is afhankelijk van jongere tot jongere. Themas die aan bod kunnen komen zijn o.a. leren omgaan met gezag, op een constructieve manier kritiek geven en krijgen, leren omgaan met agressie, zelfbeeld en zelfvertrouwen, De sessies worden gegeven tijdens de vrije tijd van de
jongere en dit in wekelijkse sessies van anderhalf uur.
Het werken in de vrije tijd van de jongere is erg
belangrijk, omdat zo vermeden wordt dat het
schoolgebeuren problemen ondervindt. Wanneer jongeren al
kampen met een schoolproblematiek, kan een sociale
vaardigheidstraining niet gebruikt worden als excuus om
de school te verlaten. 2. Ontstaansgeschiedenis Het organiseren en begeleiden van leerprojecten is sinds 1994 via het Globaal Plan in een stroomversnelling geraakt. Het Globaal Plan maakt deel uit van de wet van 30 maart 1994 houdende sociale bepalingen, aangevuld door de wet van 21 december 1994 houdende sociale en diverse bepalingen. Vier alternatieve gerechtelijke maatregelen worden hierbij gepromoot waarvan drie in het kader van het volwassen strafrecht en een voor minderjarigen, namelijk de diversiemaatregelen (alternatieve maatregelen ter vervanging van een beslissing door de jeugdrechter). Dankzij het Globaal Plan kunnen gemeenten een spilfunctie vervullen in de organisatie en begeleiding van alternatieve sancties. Dit leidde dan ook tot het indienen van projecten door organisaties van heel uiteenlopende pluimage. Met de oproep tot het opstarten van projecten alternatieve of herstelgerichte afhandelingsvormen vanuit de Afdeling Bijzondere Jeugdzorg van de Vlaamse Gemeenschap in 1999, is deze expansie wat geluwd. 3. Wettelijk
kader Specifiek bepaalt artikel 37§2 bis 5° van de nieuwe jeugdwet deelname aan een opleidingsmodule of module ter bewustwording van de gevolgen van de gestelde handelingen, alsook de invloed daarvan op de eventuele slachtoffers als voorwaarde tot het behoud van de jongere in zijn/haar leefmilieu. 4. Doorverwijzingsprocedure
Een minderjarige pleegt een feit waarvan via de bevoegde politiedienst een proces-verbaal wordt opgemaakt, dat samen met het dossier van de minderjarige terecht komt bij de bevoegde Parketmagistraat. Deze heeft dan drie mogelijkheden: seponeren (als men van oordeel is dat de feiten te licht zijn, en een gerechtelijke tussenkomt meer kwaad dan goed zou doen), een herstelbemiddeling doen of de Jeugdrechter vorderen. Als de Jeugdrechter wordt gevorderd, zal deze de Sociale Dienst van de Vlaamse Gemeenschap bij de Jeugdrechtbank inschakelen. De bedoeling is dat er een consulent van de Sociale Dienst een basismaatschappelijk onderzoek voert. Dit is een onderzoek naar de achtergrond van de minderjarige (thuissituatie, school, ...). In dit basismaatschappelijk onderzoek doet de consulent aan de Jeugdrechter reeds een voorstel van maatregel. Dit voorstel kan een plaatsing, ondertoezichtstelling, ... , maar ook een constructieve afhandeling zijn. Eens dit maatschappelijk onderzoek afgerond is, wordt het opgestuurd naar de Jeugdrechter en de Parketmagistraat. De zaak van de jongere wordt op zitting geplaatst, waarbij de Jeugdrechter een maatregel uitspreekt. Dit kan het advies zijn dat de consulent heeft geformuleerd in het basismaatschappelijk onderzoek, maar een Jeugdrechter kan hier eventueel ook van afwijken. Als de Jeugdrechter van oordeel is dat een constructieve afhandeling gepast en praktisch haalbaar is, wordt er bij vonnis een constructieve afhandeling opgelegd (vb. sociale vaardigheidstraining). Een afschrift van het vonnis wordt naar DIVAM opgezonden. 5. Verloop Op dit kennismakingsgesprek worden twee zaken besproken. Ten eerste wordt er uitleg over de inhoud van een sociale vaardigheidstraining gegeven. Ten tweede worden er concrete uren en data afgesproken waarop de training zal doorgaan. Deze data en uren worden in een overeenkomst gegoten, die ondertekend wordt door de jongere, de ouders en de projectmedewerker van DIVAM. Tevens worden er a.d.h.v. de intakefiche relevante gegevens over de jongere verzameld. De sociale vaardigheidstraining zelf splitst zich uit in aantal fasen:
Informatiefase
Analysefase Trainingsfase Evaluatiefase |