Welkom op de website van de
|
||||||
Homepagina - VOT |
||||||
DIVAM |
||||||
Begeleidings- |
Dagcentrum |
Thuisbegelei- |
Alternatieve |
Residentiële voorziening |
||
test Gemeenschapsdienst |
test 1. Definitie 2. Ontstaansgeschiedenis In Nederland begon men in 1980 te experimenteren met wat men taakstraffen noemde. Een taakstraf vormde een alternatief voor een korte vrijheidsberovende straf, en leunt het best aan bij de door ons gekende gemeenschapsdienst. Taakstraffen worden in Nederland sedert 1983 aan jongeren opgelegd en zijn formeel opgenomen in de Wet op het Jeugdstrafrecht, die op 1 september 1995 van kracht is geworden. In Vlaanderen startten in 1982 jeugdrechter Peeters en de sociale dienst van de jeugdrechtbank Mechelen met een experiment rond alternatieve sancties. Later volgden verschillende arrondissementen, die op aanmoediging van de Administratie van de Vlaamse Gemeenschap een project alternatieve maatregelen hebben opgericht. Ondertussen zijn er in alle gerechtelijke arrondissementen van Vlaanderen diensten "herstelgerichte en constructieve afhandeling" (HCA-diensten) die instaan voor de praktische opstart, begeleiding en evaluatie van de gemeenschapsdienst. 3. Wettelijk kader
Gemeenschapsdienst in de fase ten gronde is de meest voorkomende vorm van gemeenschapsdienst. 4. Doorverwijzingsprocedure Een minderjarige pleegt een feit waarvan via de bevoegde politiedienst een proces-verbaal wordt opgemaakt, dat samen met het dossier van de minderjarige terecht komt bij de Parketmagistraat bevoegd voor jeugdzaken. Deze heeft dan twee mogelijkheden: seponeren (als men van oordeel is dat de feiten te licht zijn, en een gerechtelijke tussenkomt meer kwaad dan goed zou doen) of de Jeugdrechter vorderen. Als de Jeugdrechter wordt gevorderd, zal deze de Sociale Dienst van de Vlaamse Gemeenschap bij de Jeugdrechtbank inschakelen. De bedoeling is dat er een consulent van de Sociale Dienst een basismaatschappelijk onderzoek voert. Dit is een onderzoek naar de achtergrond van de minderjarige (thuissituatie, school, ...). In dit basismaatschappelijk onderzoek doet de consulent aan de Jeugdrechter reeds een voorstel van maatregel. Dit voorstel kan een plaatsing, ondertoezichtstelling, ... , maar ook een constructieve afhandeling zijn. Eens dit maatschappelijk onderzoek afgerond is, wordt het opgestuurd naar de Jeugdrechter en de Parketmagistraat. De zaak van de jongere wordt op zitting geplaatst, waarbij de Jeugdrechter een maatregel uitspreekt. Dit kan het advies zijn dat de consulent heeft geformuleerd in het basismaatschappelijk onderzoek, maar een Jeugdrechter kan hier eventueel ook van afwijken. Als de Jeugdrechter van oordeel is dat een constructieve afhandeling gepast en praktisch haalbaar is, wordt er bij vonnis een constructieve afhandeling opgelegd (vb. gemeenschapsdienst). Een afschrift van het vonnis wordt naar DIVAM opgezonden. 5. Verloop Tijdens dit eerste gesprek krijgt de jongere een gezinsopdracht gemeenschapsdienst mee, waarbij een afspraak wordt gemaakt om (meestal) een week later deze opdracht te bespreken. De bedoeling van deze opdracht is na te gaan welke link er kan worden gelegd tussen de gepleegde feiten en de eventuele werkplaats waar de gemeenschapsdienst zal worden uitgevoerd. Eens de link is gelegd tussen feit en werkplaats, wordt samen met jongere de werkplaats bezocht. De bedoeling van het bezoek aan een werkplaats is tweeledig:
Als de data en uren zijn afgesproken en in een contract gegoten, kan de jongere aan zijn uren gemeenschapsdienst beginnen. Meestal gebeurt dit de woensdagnamiddag en in de weekends. Op het einde van de gemeenschapsdienst wordt een evaluatie gehouden. Op basis van de bevindingen die jongere en werkplaats formuleren, wordt een eindverslag opgesteld en naar de jeugdrechter gestuurd. |